Julia en Jacco zetten zich bij ZLTO in voor boeren van hun generatie
Wie jong is en boer of tuinder wil blijven, denkt verder dan morgen. Dan gaat het over investeren, aanpassen, verduurzamen en keuzes maken voor de lange termijn. Maar hoe doe je dat als regels snel veranderen, beleid zich opstapelt en je niet altijd weet welke kant de politiek op beweegt?
Tussen erf en overheid
Die vraag komt vaak terug in het werk van Julia Krijnen (27) en Jacco Sanderse (28). Beiden zijn beleidsspecialist Bodem en Water bij ZLTO. Ze werken dagelijks op het snijvlak van landbouwpraktijk en overheid.
Jacco kent die praktijk van dichtbij. Hij groeide op een akkerbouwbedrijf op en is zelf agrarisch ondernemer in Zeeland. “Ik zie de effecten van beleid op ons bedrijf”, zegt hij. Daardoor ervaart hij vroeg waar knelpunten ontstaan en haalt hij makkelijk op wat andere boeren bezighoudt.
Julia kwam juist via een andere route in de sector terecht. Na haar studie bestuurskunde belandde ze naar eigen zeggen per toeval in de agrarische wereld. Wat haar raakte, was hoeveel maatschappelijke opgaven bij boeren en tuinders samenkomen. Tegelijk zag ze er innovatie, veerkracht en oplossingskracht. “Juist omdat ik niet uit de sector kom, kan ik mij goed inleven in verschillende perspectieven”, zegt ze. Door het contact met boeren en tuinders ziet ze scherp wat beleid in de praktijk betekent.
Signalen uit de praktijk
Die brugfunctie vormt de kern van hun werk. ZLTO haalt signalen, zorgen en ideeën op bij leden, afdelingen en bestuurders in de regio. In elke ZLTO-afdeling zijn er portefeuillehouders Water die goed weten wat er speelt in het gebied. Ook met BAJK is uitvoerig contact.
Wat daar wordt besproken, blijft niet hangen in een vergaderzaal. Signalen uit de praktijk gaan mee in gesprekken met provincies, waterschappen en andere overheden. Andersom vertaalt ZLTO nieuwe plannen van overheden terug naar ondernemers: wat komt eraan, wat betekent het en waar moet op worden ingezet?
Volgens Julia en Jacco lopen jonge boeren vooral tegen onzekerheid aan. Er is veel bereidheid om mee te bewegen met opgaven rond bodem, water, duurzaamheid en klimaat. Maar die bereidheid botst vaak met veranderende regels, conflicterend beleid en een onzekere prijsvorming. Jonge boeren willen stappen zetten, maar dan moeten ze wel weten waar ze aan toe zijn. Anders wordt het moeilijk om een bedrijfsstrategie voor de lange termijn te maken.
Samen sta je sterker
Precies daar ligt volgens ZLTO het belang van organiseren. Eén boer kan een goed verhaal hebben. Een groep jonge boeren met een gezamenlijk geluid komt sterker binnen. Zeker als dat verhaal concreet maakt wat beleid betekent voor investeringen, bedrijfsontwikkeling en toekomstperspectief.
Jacco ziet bij jonge ondernemers veel openheid. Er wordt meer gedeeld over wat werkt, wat niet werkt en welke kansen er zijn. “Dat zorgt er volgens mij voor dat je collectief beter gaat presteren”, zegt hij. Julia ziet vooral frisse energie. “Er staat weer een generatie klaar met frisse energie om door te gaan. Er gebeurt veel in de sector, maar niets waar de volgende generatie geen oplossing voor heeft.”
Dat is geen naïef optimisme. Jonge boeren weten heel goed dat de toekomst niet vanzelf komt. Maar juist daarom is het belangrijk dat hun stem vroeg aan tafel zit. Niet pas als beleid klaar is, maar op het moment dat plannen worden gemaakt.
Voor ZLTO is dat de opdracht: jonge boeren en tuinders niet alleen vertegenwoordigen, maar ook actief betrekken en verenigen. Want beleid over de toekomst van de land- en tuinbouw werkt alleen als de mensen die die toekomst moeten dragen, zelf meepraten. Aan het erf begint de praktijk. Aan tafel moet die praktijk als gezamenlijk geluid gehoord worden.